Partneroefening Werpjongleren Passen¶
2 personen staan tegenover elkaar. Persoon A heeft 2 voorwerpen (elk één in een hand), persoon B heeft één voorwerp (in een hand).
De persoon met 2 voorwerpen begint (A). Deze gooit vanuit één hand schuin/gekruist naar de lege hand van B. Dit betekent: als de rechterhand van B aan het begin leeg is, begint A ook met rechts (omdat het spiegelbeeld is).
Vervolgens gooit A altijd gekruist, B gooit altijd recht. Er wordt altijd afwisselend met rechts en links gegooid. Het patroon kan naar believen vertraagd worden, aangezien er maximaal één voorwerp in de lucht is en er op elk moment gepauzeerd kan worden.
Hetzelfde patroon kan ook in andere ruimtelijke opstellingen gejongleerd worden. Bijvoorbeeld: één persoon knielt, de tweede staat achter de knielende persoon, de handen bevinden zich dus boven elkaar.
Dit is ook een goed patroon om een beginner de cascade te leren, aangezien één persoon precies het cascade patroon met gekruiste worpen uitvoert, terwijl de tweede persoon dit patroon slechts "vertráágt".