Partneroefeningen Werpjongleren Cascade¶
2 personen staan naast elkaar, de armen die naar elkaar toe wijzen worden achter de rug gekruist of gewoon losjes laten hangen.
De persoon aan de rechterkant gebruikt alleen zijn rechterarm, de persoon aan de linkerkant alleen zijn linkerarm.
Eerste oefening, 2 objecten, cascade-patroon, ieder heeft aan het begin één object in de hand.
Belangrijk hierbij is weer de visualisatie van de punten waarheen je gooit, het werpvlak en het ritme.
2 objecten met verschillende kleuren, het rode object begint bijvoorbeeld altijd. Zo wisselt de persoon die begint met gooien.
Tweede oefening, vergelijkbaar principe, één persoon heeft beide voorwerpen, patronen beginnen, de tweede persoon vangt beide voorwerpen op.
Derde oefening,
3 voorwerpen, cascade jongleren. Belangrijk is om te letten op het ritme, de worphoogte en het werpvlak.